Weerbericht oost Twente door Tonny M

Weerbericht voor oost Twente 2022-06-24 20.55 uur  Weerbericht geldig tot zondagavond

Weerbericht voor oost Twente 2022-06-24 20.55 uur
Weerbericht geldig zondagavond

We laten een heerlijke week met zomer aspiraties achter ons. Helaas bleef de hoeveelheid regen wat achter bij de verwachting. Maar wat er viel vrijdagmorgen dat was een groeizame meiregen in juni. Vrijdagochtend viel er 8,1 mm. Terwijl de weekhoeveelheid uit kwam op 11,7 mm. Niet zoveel maar altijd beter dan niets. En dan over de tempratuur. Donderdag stak duidelijk boven alle andere dagen uit met 32,1 graad. De eerste tropische dag. Gelukkig was de luchtvochtigheid laag zodat het goed uit te houden was. Verder kon ik de eerste tropennacht noteren. Een tropennacht is dat de nachtelijke minima niet onder de 20 graden daalt. En dat lukte met vlag en wimpel. Het kwik daalde tot 20,6 graad. Interessant om te vermelden is dat bij eerder genoemde regen in de loop van de ochtend het kwik daalde tot 18,2 graad. Later in de middag kwam de temperatuur uit op 23,2 graad. Maar mijn hoogste temperatuur noteerde ik rond middernacht toen het kwik nog 24,1 graad aanwees. Nu maar snel over tot de actualiteit. Het is wat onrustig aan het zwerk bij 22,8 graad. Een heerlijke temperatuur om buiten onder de veranda het weekendweerbericht op te stellen.
Met een beetje geluk krijgen we vanavond later in de avond nog een paar millimeter regen maar de fut is er een beetje uit. Het lijkt of de beoogde bij aan dynamiek verliest omdat het kwik verder daalt. Dan naar de zaterdag. In de ochtend de meeste kansen voor de zomerzon. Het kwik komt al snel boven de 20 graden uit. Zaterdagmiddag een mix van zon en wolken met vooral later in de namiddag / avond kans op een lokale onweersbui.
De zondag heeft de bewolking de overhand en kan de zon er zo af en toe tussendoor piepen maar de temperatuur komt dan wat lager te liggen ten opzichte van de zaterdag. Met 23 graad is het nog steeds prima recreatief weer. Maar ook dan nog steeds kans op een lokale plensbui.

Nieuwe update volgt zondagavond


Korte terugblik van afgelopen week  

Korte terugblik afgelopen week.

De bijna achter ons liggende week had even tijd nodig om op dreef te geraken. Zowel de zondag als maandag kon ik geen warme dag noteren. Maar vanaf dinsdag ging het crescendo voor wat betreft de temperatuur. Met als hoogtepunt op donderdag toen we massaal de eerste tropische dag van dit jaar kon bijschrijven met 32,1 graad. Daarnaast kon ik de eerste tropennacht noteren. Tropennacht wil zeggen dat het kwik niet beneden de 20 graden is gedaald. En dat lukte makkelijk van donderdag naar vrijdag bleef het kwik ruim boven de 20 graden nl 20,6 graad. Wat wel vermeldenswaard is dat later op vrijdagochtend het kwik verder daalde tot 18,1 graad in de malse regen. Later in de middag kwam de zon weer terug. En kon het kwik nog dicht bij de zomerse grens gaan stijgen. En met de regen van voornamelijk vrijdagochtend en hoge temperaturen van zowel overdag als in de nacht is het een groeizame periode. Dit kun je het beste merken aan de groeispurt welke de snijmais deze afgelopen 4 dagen heeft gemaakt. Hoe ontwikkelt het weer zich de komende week?





Middelange termijn verwachting  Week weersverwachting 2022-25

De zomer blijft ook de komende week in het zadel. Al blijft wel bijna elke dag kans op een lokale plensbui.

In de nacht naar zondag kunnen we juist in het oosten te maken krijgen met enkele millimeters regen.. En daar kan ook onweer op zitten. Zondagmorgen hebben we nog met restbewolking te maken waarbij het kwik tot een broeierige 18-19 graden bedraagt. In de loop van de dag krijgt de zon wat meer speelruimte opdat het kwik nog ruim boven de 20 graden uitkomt. Met de kennis van nu lijkt oost Nederland de juiste papieren te hebben dat de nacht naar maandag regen van betekenis gaat vallen. En dat is ook maar hopen ook want oost Nederland heeft de maand juni veelal de (regen)boot gemist! Tot nu toe staat de regenmeter in De Lutte op 36,1 mm. En dat is in vergelijking met bijvoorbeeld stations in het rivierengebied een erg droog station. De maandag kan er nog een bui tot ontwikkeling komen maar op nadering van een uitloper van een hoog positie zuid Scandinavië gaan we een paar droge zonnige en later in de week warme zomerse dagen beleven. Alvorens ergens vanaf donderdagmiddag weer de onweders aan zet lijken te komen. En met onweersbuien weet je het maar nooit. En hoe juli van start gaat vertel ik jullie in mijn eerst komend weekbericht op zaterdagavond wel weer.
.

Resumerend:

Prachtig zomerweer met vooral op woensdag en donderdag weer zomerse temperaturen. Nadien kans op lokale onweders en er volgt dan waarschijnlijk enige afkoeling.

Normaal maximum = 20,9 gr Normaal minimum 12,2 gr. de Bilt LH5 (3e decade juni)

Tonny Morsink, De Lutte
25-06-2022 23.55 uur


Het verhaal van de "supermaan" !!  14 juni 2022; 04.16 uur

Als je een foto wil maken van de supermaan, moet je je wekker erg vroeg zetten. De maan gaat in de nacht van maandag op dinsdag om 4.46 uur onder.
"In het half uur vóór maan ondergang is hij extra groot te zien aan de zuidwestelijke horizon", zegt weerman Wouter van Bernebeek van Weerplaza. Dat betekent dus dat je om 4.16 uur uit de veren moet zijn
De maan is dinsdag helemaal gevuld, is helder en lijkt iets groter dan normaal. Het verschil in grootte is met het blote oog nauwelijks te zien, zegt Van Bernebeek. Een supermaan lijkt 6 tot 7 procent groter en is ongeveer 13 procent helderder dan een gewone volle maan. Dinsdagavond komt de maan weer in zicht, als de wolken het toelaten. In het zuidoosten komt hij om 22.40 uur op, in het westen om 22.45 uur. In het midden en het noorden van het land is er kans op wolkenvelden en stapelwolken die in de weg kunnen zitten.
De afstand tussen de maan tot de aarde verschilt doordat de baan waarin de maan om de aarde draait niet perfect rond is, maar eivormig. De gemiddelde afstand tussen de maan tot de aarde is bijna 385.000 kilometer. We spreken van een supermaan als deze "slechts 357.000" km onze planeet draait!!!


IJSHEILIGEN (verklaring)  Mamertus - Pancratius -Servatius - Bonifatius

Mamertus - Pancratius -Servatius(van Maastricht) - Bonifatius (van Tars)

De naamdagen van de genoemde ijsheiligen vormen een periode in mei die wordt gezien als de overgang van weer met mogelijk nachtvorst naar meer zomers getint weer. Het is niet uitgesloten dat er na half mei nog nachtvorst optreedt, maar die kans is heel klein.
IJsheiligen is een van de oudste en wellicht bekendste begrippen uit de volksweerkunde. De eerste berichten over deze "strenge heren" dateren van rond het jaar 1000. De naam IJsheiligen komt van de naamdagen van vier heiligen die hierboven genoemd zijn. Drie is het heilig getal en daarom rekent men in de meeste landen maar drie tot de IJsheiligen. In sommige landen wordt St. Mamertus niet meegeteld, in andere landen hoort St. Bonifatius er niet bij. Deze heilige is niet de bekende Bonifatius, (bijgenaamd de Apostel van Duitsland), die in 754 in de buurt van Dokkum werd gedood, want die heeft zijn feestdag op 5 juni. Zijn naamgenoot, de IJsheilige Bonifatius, was een Romeins burger die in 307 de marteldood stierf tijdens de christenvervolgingen onder keizer Diocletianus.
Sommige landen, waaronder Duitsland, Hongarije en Zwitserland, rekenden in het verleden ook 15 mei (ook wel aangeduid als koude Sophie) nog tot de IJsheiligen. Dat gebruik dateert uit de 11e eeuw, toen zij beschermvrouwe tegen de nachtvorst was. In het Alpengebied werden indertijd op die dagen vuren ontstoken ter bescherming tegen de vorst. In Duitsland gebruikt men nog de uitdrukking "Pflanze nie vor der kalten Sophie", waarmee bedoeld wordt dat men nooit spullen moet poten voor 15 mei (de naamdag van de heilige).
De ijsheiligen ontlenen hun benaming aan het gevaar van koud voorjaarsweer voor het gewas, dat in deze tijd in volle bloei staat. Een late vorstnacht kan in deze periode veel schade aanrichten. Het is echter niet zo dat tijdens de ijsheiligen de kans op een overgang naar koud weer groter is dan op andere dagen in het voorjaar.
Abrupte temperatuurveranderingen, die onder andere het gevolg zijn van het nog relatief koude zeewater, zijn kenmerkend voor dit hele jaargetijde en kunnen ook in juni nog voorkomen. Wel neemt na half mei de kans op vorst sterk af en aan het eind van deze maand zijn temperaturen onder nul heel uitzonderlijk. In dat opzicht markeren de ijsheiligen meestal de overgang naar een periode met een meer zomers karakter, maar in 1998 begon de zomer al eerder en ontstond het karakteristieke IJsheiligenweer met vorst aan de grond in de tweede helft van mei. De IJsheiligen houden zich in Nederland echter lang niet altijd aan hun data: In 2006 kwam in de nacht van 2 op 3 juni nachtvorst voor, in 2008 in de nacht van 23 op 24 juni en in 2013 zelfs in de nacht van 25 op 26 juni.


Schaapscheerderskou  (Verklaring door Jan Visser)

Schaapscheerderskou, ook wel Midjunikoelte genoemd
Aan de vooravond van de langste dag en niet zelden ook op de dag van de zomerzonnewende gaat dikwijls het licht uit ofwel het is dan somber en vaak koel weer. Deze periode staat in de Kalenderklimatologie bekend als de Schaapscheerderskou, ook wel Midjunikoelte genoemd. Deze term is gebaseerd op het feit dat aan de vooravond van de hoogzomer de schapen van hun wollige, warme vacht worden ontdaan. Dat doet men bij voorkeur gedurende een periode dat het niet zo zonnig is. De volop schijnende zomerzon op de kale huid is voor schapen namelijk geen pretje.
De Schaapscheerderskou wordt in de regel veroorzaakt door een noordwestelijke stroming onder invloed van een kleverig hogedrukgebied ter hoogte van Ierland. Regenrijke storingen worden doorgaans op afstand gehouden. De noordwestelijke stroming loodst over het algemeen getransformeerde Atlantisch polaire lucht naar het Noordzeegebied. Met warmte op hoogte (typerend voor hogedrukgebieden) en relatief koude lucht in de atmosferische grenslaag boven de Noordzee, ontstaan dan uitgestrekte, vrijwel gesloten wolkendekens (stratus en stratocumulus). Die worden vooral over Nederland, België en delen van westelijk Duitsland uitgerold. De wolkenzee lost slechts moeizaam op. Tot regen komt het veelal niet of nauwelijks. Hooguit een weinig lichte (mot)regen.
Juni 1977: wie heeft het licht uitgedaan? Zes dagen op rij geen zon!
Een klassiek voorbeeld van de Schaapscheerderskou die mij altijd is bijgebleven deed zich voor in juni 1977. In De Bilt liet de zon zich zes dagen op rij (van 16 t/m 21 juni) niet zien. Het had iets weg van de donkere dagen voor Kerst. Tot wat regen kwam het alleen op de 19de. Omdat het op 11, 12 en 13 juni zonnig en warm was (op de 13de registreerde De Bilt 30,8 gr; op de 20ste slechts 13,1gr), verliep de tweede decade van juni niet uitzonderlijk somber. De zon scheen in totaal nog 41 uur. Saillant detail: op 15 juni is het in De Bilt nog nooit 30 graden geweest. Het datumrecord staat op 28,3 gr in 1957. De overige dagen van juni (op de 4de na: datumrecord 29,5 gr) hebben allemaal dertigers geregistreerd.
Wijlen Dr Visser: autoriteit op het gebied van de kalenderklimatologie
Expert op het gebied van de kalenderklimatologie (ook wel de singulariteiten van het kalenderklimaat genoemd) was Dr M.A.J. Visser uit Enkhuizen. Hij stuurde mij in januari 1991 een met de hand geschreven epistel van 9 paginas over alle bijzonderheden van het kalenderklimaat. Over de Schaapscheerderskou schreef hij onder meer: De schaapskou ontstaat vooral als de eerste helft van juni (en eind mei, jv) te warm zijn. De koele oceaan vult het tekort aan lucht, door opstijging tijdens de warme periode, met graagte aan. We noemen dit verschijnsel de westelijke moesson. Hoe warmer dus het begin van juni, hoe sterker de terugslag. Zelfs kunnen er twee terugslagen optreden (7, 8 en 9 juni: doorgaans tamelijk nat), met daarna een volkomen herstel (12-13 juni) en daarna de schaapskou (16-19 juni). Het is altijd weer een verrassing hoe intensief en langdurig deze singulariteit is. Tot zover wijlen Dr Visser.
In zijn boek HET WEER nader verklaard besteedde Harry Geurts, voormalig persvoorlichter van het KNMI, eveneens aandacht aan de Schaapscheerderskou.


Corona om de maan

Een corona in de meteorologie is een atmosferisch optisch verschijnsel in de vorm van een of meerdere gekleurde kransen van licht rondom de zon of maan. Het effect ontstaat door de diffractie van het licht door kleine waterdruppels of ijskristallen van een wolk Het centrale gedeelte van de corona, ook aureool genoemd, bevindt zich als een diffuse gloed direct rondom de lichtbron (in tegenstelling tot de halo die een ring op geruime afstand van de lichtbron vormt en scherper is afgegrensd) en is bleekblauw van tint met een verkleuring naar roodbruin aan de rand. Vaak is de aureool het enige zichtbare gedeelte van de corona; in gunstige omstandigheden (d.w.z. als de wolkdeeltjes zeer gelijkmatig van grootte zijn) kunnen zich daarbuiten nog een of meerdere parelmoerkleurige kransen bevinden. De corona is een specifieke verschijningsvorm van iriserende wolken, waarbij de kleurbanden cirkelvormig zijn als gevolg van een uniforme wolkdikte. Zijn de wolken ongelijkmatig van dikte, dan verdwijnt de ronde vorm en volgen de kleurbanden de contouren van de wolk. Men spreekt dan niet meer van een corona, maar het natuurkundige proces blijft hetzelfde. De naam "corona" dient niet te worden verward met dezelfde term in de astronomie, die wordt gebruikt ter aanduiding van de zonneatmosfeer die bij totale zonsverduisteringen kan worden waargenomen.